Bereiding
Zeven stappen, rustig aan — de meeste tijd doet de oven het werk.
Verwarm de oven voor op 180 °C. Vet een springvorm van 24 cm in en bekleed de bodem met bakpapier.
Kneed bloem, boter, suiker, het grootste deel van het ei en het zout snel tot een samenhangend deeg. Niet te lang kneden. Laat 30 minuten rusten in de koelkast.
Schil de appels, verwijder de klokhuizen en snijd ze in grove stukken. Meng met de kaneel en eventueel de rozijnen.
Bekleed de vorm met ⅔ van het deeg: druk een bodem en rand aan. Bewaar de rest voor de bovenkant.
Schep het appelmengsel in de vorm en druk stevig aan. Verdeel er reepjes of kruimels van het resterende deeg overheen en bestrijk met de rest van het ei.
Bak de taart in het midden van de oven goudbruin.
Laat volledig afkoelen in de vorm voordat je hem lossnijdt — zo blijft hij mooi heel. Lekker met een dot slagroom.